Nieuws
Wijzigen (g)mr-reglementScholen dienen hun reglement voor de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad aan te passen als zij artikel 26, lid 4 van het standaardreglement hierin hebben opgenomen. De Ondernemingskamer bij het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs een beroep verworpen dat was ingesteld tegen een uitspraak van de Landelijke Geschillencommissie WMS (LCG). Hierdoor is duidelijk geworden dat het principe ‘wie zwijgt, stemt toe’ op medezeggenschap niet van toepassing is.
Centraal stond de vraag of een bevoegd gezag, als de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad niet binnen de afgesproken termijn heeft gereageerd op een voorgenomen besluit, er van uit mag gaan dat de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad stilzwijgend akkoord is gegaan. In modelreglementen is deze passage opgenomen als artikel 26, lid 4.
Bij haar uitspraak baseerde de LCG zich op een aantal overwegingen. Uit het dwingende karakter van de wet, voortvloeiend uit artikel 2 Wet medezeggenschap op scholen (WMS) en de formulering in de WMS dat het bevoegd gezag de voorafgaande instemming behoeft, alsmede dat in het reglement de termijnen worden geregeld waarbinnen tot instemming of onthouding van instemming dient te worden besloten, leidt de LCG af dat het uitblijven van een reactie van (een geleding van) de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad binnen een in het reglement bepaalde termijn niet aangemerkt kan worden als een besluit tot instemming, ook niet als zodanig in een reglement is opgenomen.
Door deze uitspraak dienen de reglementen van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad te worden aangepast en artikel 26, lid 4 uit de modelreglementen dient te worden geschrapt. Aangezien veel (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden en besturen momenteel bezig zijn met de verplichte tweejaarlijkse herziening van het medezeggenschapsstatuut, kan de aanpassing van het reglement hierin gemakkelijk worden meegenomen.
Het artikel 26, lid 4 van het standaardreglement luidde:
‘indien de medezeggenschapsraad dan wel de geleding van de medezeggenschapsraad die het aangaat, niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn advies uitbrengt dan wel geen uitsluitsel geeft over het al dan niet verlenen van instemming, kan het bevoegd gezag het voorgenomen besluit omzetten in een definitief besluit.'




